Lettergrootte:

Informatie

Auteursvermelding: Gemeente Bunschoten - juni 2012
Dorpsstraat 32
Gemeentelijk monument
Datering: 1891
Locatie: Bunschoten-Spakenburg, Bunschoten
Dorpsstraat 32, 3751 ER
Coördinaten: 52.24191,5.37413
Gebied: Gemeentelijk beschermd dorpsgezicht "Historische-As Bunschoten" (Centrale-As)
Onderdelen: Boerderij, hek en prieel
Vroegere functie: agrarisch
Architect: G. Beekhuis Azn en H. Dekkers Azn
Opdrachtgever: Willem van de Kolk Wzn
Auteursrechten:
 
Inleiding
De Dorpsstraat stamt uit de dertiende eeuw en vormt de hoofdas van Bunschoten. Oorspronkelijk bestond Bunschoten uit een agrarische nederzetting met lintbebouwing op smalle kavels aan de Dorpsstraat. De maat van de kavels ontstond tijdens de veenontginningen in de in twaalfde eeuw. Bunschoten kreeg in de veertiende eeuw stadsrechten van de Bisschop van Utrecht, waarna de stadsgracht en burgwal in een ovale vorm werden aangelegd. De Dorpsstraat doorsnijdt de ovale plattegrond in noord-zuid richting. Parallel eraan werden walletjes met dwarsverbindingen aangelegd die gezien kunnen worden als een aanzet tot een stratenpatroon. De stad is nooit tot wasdom gekomen omdat ze begin vijftiende eeuw grotendeels verwoest werd in een strafexpeditie van de Bisschop van Utrecht, nadat Bunschoten in een conflict de zijde van de Hertog van Bourgondië had gekozen. Tot de dag van vandaag wordt het beeldbepalende karakter van Bunschoten bepaald door de agrarische bebouwing aan de Dorpsstraat. De boerderijen zijn door de eeuwen heen gebouwd op een lang, smal, kavel met de rooilijn tegen de Dorpsstraat en de nok haaks hierop. Het erf bevond zich aan de smalle zij- en diepe achterkant van de kavels. In de negentiende en twintigste eeuw werd tussen de boerderijen aan de Dorpsstraat gaandeweg meer bebouwing toegevoegd. De stadsboerderijen aan de Dorpsstraat hebben na ca. 1980 hun agrarische functie grotendeels verloren en zijn merendeels in gebruik geraakt als woonhuis. De boerderijen in Bunschoten vallen onder het Hallenhuistype. Dit type boerderijen heeft een driebeukige plattegrond met een hoge middenbeuk en lage zijbeuken. De Bunschotense boerderijen horen bij een sub-type van het hallenhuis: het middenlangsdeeltype. Het hooi wordt niet in de boerderij opgeslagen maar op het erf in hooibergen,en het woongedeelte is van de boerderij afgescheiden in een voorhuis. Binnen dit type bestaat de langhuisboerderij, de T-boerderij en het krukhuis. Het overgrote deel van de Bunschotense boerderijen was in gebruik als melkveebedrijf. Het T-huistype is ontstaan uit het langhuistype. De ontwikkeling van het type had zijn oorsprong in het feit dat een boer een grotere veestapel had en daardoor meer ruimte nodig had voor de bereiding van zuivel. Dorpstraat 32 is gebouwd in een tijd van opkomende welvaart voor de boerenstand van Bunschoten. Het is op de plaats gekomen van een oudere boerderij van de familie Van Halteren die het in 1891 verkochten aan W. van de Kolk. Op een gevelsteen in de linkerzijgevel staat ‘Herbouwd en de eerste steen gelegd door Willem van de Kolk Wzn anno 1891 en gebouwd door G. Beekhuis Azn en H. Dekkers Azn’. De bouwheer heeft zijn welvaart willen tonen door een boerderij van het T-huistype te bouwen met een prominente gevel. De boerderij onderscheidt zich van de overige bebouwing aan de Dorpsstraat door het voorname karakter. Dit wordt bepaald doordat het pand de volle breedte van een perceel inneemt, terug ligt ten opzichte van de rooilijn en van de straat gescheiden wordt door een gemetseld hekwerk. De symmetrische gevel waarvan de middenas wordt geaccentueerd door een inpandige deur en een dakkapel en de twee hoekschoorstenen ondersteunen het karakter. Ook de breedte van de tuin, die zich uitstrekt over een volle perceelsbreedte links van het pand, het fraaie tuinontwerp en het voor Bunschoten unieke tuinprieel dragen bij aan het rijke karakter van het geheel. Het gehele erf is ingericht als landschapstuin, waarvan de kenmerken wijzen op een van origine zijnde Engels landschapstuin. Binnen deze fraaie aanleg is het nutsaspect niet uit het oog verloren gezien de aanwezigheid van enkele fruitbomen, hetgeen kenmerkend was voor de oorspronkelijke (achter)erven van de bebouwing aan de Dorpsstraat. De bomen bij de achtergrens van het erf aan de rand van de gracht van de Stadsweiden waren eveneens typerend voor de onbeschutte lintbebouwing van Bunschoten en vervulden een functie als windvang. Het is niet waarschijnlijk dat de tuin altijd al een landschappelijke inrichting had. De huidige breedte van de tuin is pas ontstaan na de Tweede Wereldoorlog. Links van Dorpsstraat 32 stond daarvoor een arbeidershuisje dat tijdens de oorlog dienst deed als distributiecentrum en direct daarna is gesloopt. Vanaf toen kon het inrijpad aan de linkerkant van de tuin worden aangelegd en kon de tuin zijn huidige breedte krijgen. Het prieel staat in het linker deel van de tuin. Het is niet precies bekend hoe oud het prieel is. Als de locatie als uitgangspunt genomen wordt, dan moet het geplaatst zijn na de tweede wereldoorlog. De overlevering verteld dat het afkomstig is uit Baarn, waar het eerder stond. De boerderij heeft geen agrarische functie meer en is in gebruik als woonhuis. In 1955 werd de dakkapel op het voorste dakschild toegevoegd. Ook kreeg toen de linkerzijgevel van het voorhuis toen twee nieuwe venters. Het stalgedeelte heeft recent moderne zwarte geglazuurde pannen gekregen en nieuwe kozijnen en vensters. De boerderij is in ca. 2003 intern verbouwd.

Omvang bescherming
De boerderij, het bijbehorend toegangshek en prieel en de ligging in de landschapstuin.

Stedenbouwkundige en landschappelijke aspecten
De dwarshuisboerderij is vrijstaand en ligt halverwege de Dorpsstraat, aan de noordwestelijke kant, tegenover de Nederlands Hervormde kerk. Het huis ligt hoger dan straatniveau. Voor de voorgevel staan twee geknotte leilinden. Het erf wordt van de straat gescheiden door een hekwerk dat bestaat uit gemetselde pijlers met daartussen een gesmeed hek. Het terrein heeft twee ingangen: één geheel links, deze ingang geeft via een oprijlaan toegang tot de tuin, en één rechts, deze geeft toegang tot het woonhuis. Het gehele erf is ingericht als landschapstuin, waarvan de kenmerken wijzen op een van origine zijnde Engels landschapstuin. In de tuin zijn nog kenmerken herkenbaar van de voorgaande oorspronkelijke erf inrichting zoals fruitbomen en bomen bij de achtergrens van erf.

Architectonische beschrijving
Boerderij De dwarshuisboerderij heeft één bouwlaag en is ongeveer een meter achter de rooilijn gelegen. Het voorhuis is overkapt met een schilddak gedekt met Tuiles du Nord pannen en heeft op elke hoek een schoorsteen. Een gemetselde trap geeft toegang tot de iets verhoogde voordeur. De voorgevel is ingedeeld in vijf traveeën. In de middelste travee is de hoofdingang geplaatst. De voordeur, een paneeldeur met glazen venster, is voorzien van een bovenlicht met glas-in-lood. Aan weerszijden van de hoofdingang bevinden zich steeds twee getoogde schuifvensters met glas-in-lood bovenramen. Opvallend detail is dat de glas in lood vensters zijn voorzien van het wapen van de familie Van de Kolk. Alle muuropeningen worden bekroond door een anderhalfsteens hanenkam en hebben aan weerszijden persiennes. De voorgevel wordt afgesloten door een geprofileerde gootlijst. Daarboven, boven de middelste travee, is een dakkapel geplaatst met decoratieve schutborden, gootlijst en een tentdak. De oorspronkelijke dakkapel is door dit grotere exemplaar vervangen. De linkerzijgevel van het voorhuis bevat aan de straatkant een venster identiek aan die van de voorgevel, inclusief de persiennes. Daar links naast zien we twee kleinere getoogde vensters naast elkaar. De linkergevel van het achter het dwarshuis gelegen stal is vanaf de straat niet te zien en kan daarom niet beschreven worden. De rechterzijgevel van het voorhuis is blind, op een klein venster van de kelder na. De rechtergevel van de stal heeft twee moderne tweeruitsvensters met luiken aan weerszijden en een drietal halfronde gietijzeren stalramen. Prieel Het houten tuinprieel is aan de hand van foto’s beschreven. Het is met uitbundig houtsnijwerk versierd, met aan de voorzijde gesneden panelen en pijlers en een ajour in de top. Hekwerk Het hekwerk bestaat uit gemetselde pijlers met daartussen een gesmeed hek. Geheel links bevindt zich de inrit. Het hek bestaat daar uit twee meer dan manshoge gemetselde hekpijlers en twee sierlijk gevormde manshoge opendraaiende delen.

Waardestelling
De boerderij en bijbehorende onderdelen zijn vanuit cultuurhistorisch, stedenbouwkundig, architectonisch oogpunt van algemeen belang voor Bunschoten; - als onderdeel van en als herinnering aan de agrarische ontwikkelings- en bewoningsgeschiedenis van Bunschoten; - vanwege de beeldbepalende ligging aan de Dorpsstraat; - als onderdeel van de dorpse omgeving met een gave structuur en een herkenbaar visueel karakter; - vanwege de bijzondere esthetische kwaliteiten van de architectuur van de T- huis boerderij, met name de hoofdvorm met symmetrische opzet en schilddak en de decoratieve detaillering en materiaalgebruik dat duidelijk de voornaamheid van de herenboerderij toont; - vanwege de voor Bunschoten zeldzame en nog steeds visueel herkenbare aanleg van een (voormalig Engelse) landschapstuin met afscheidend hek; - vanwege de originele aanwezigheid en visuele herkenbaarheid van de historische karakteristieken van de erven van de lintbebouwing van Bunschoten zoals fruitbomen en bomen aan de achterzijde van het erf als windvang; - vanwege de bijzondere esthetische kwaliteiten van het prieel dat uitbundig is gedecoreerd met houtsnijwerk; - vanwege de zeldzaamheid van een dergelijk prieel in de gemeente Bunschoten; - als onderdeel van een complex, waarvan de samenstellende delen (boerderij, hekwerk, prieel, tuin) een gaaf herkenbaar visueel karakter hebben.

Bronnen en literatuur
- Balkenende, W.P. e.a., Bunschoten bezet-bevrijd. 1940-1945. Bunschoten-Spakenburg-Eemdijk en de Tweede wereldoorlog. Bunschoten, 1995. - Cazemier, D., en B. Olde Meierink., Monumenten Inventarisatie Project, Gemeente Bunschoten., Provincie Utrecht. Dienst Ruimte en Groen, 1992, 5.2 Objectinventarisatie. - Gaasbeek F., ‘Bunschoten, geschiedenis en architectuur’, Uitgeverij Kerckebosch BV, Zeist 1992, p. 93-94. - Gemeente Bunschoten, ‘Zicht op monumenten. Een nota over het monumentenbeleid in de gemeente Bunschoten’, Bunschoten 1986, Hoofdstuk VII Inventarisatie van de panden, Objectnr: Bun 16. - Dekkers. O., ‘ Boerderij ’t vergulde lam en haar bewoners’, Bun Hist (21) 2000, nr 1. p. 21. - Dekkers. O., ‘Het verhaal van het ‘Groote huijs’’, Bunschoten Historiael, 1991, p. 21-23.



Commentaar/Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit item
Titel (niet verplicht)
Naam (niet verplicht)
Bericht
Upload
Beveiligingscode:
Niet leesbaar? Vernieuw tekst
Locatie op kaart